De inzet van AI binnen organisaties roept bij werknemers vragen op over verantwoordelijkheid en zeggenschap. Uit onderzoek van Fellowmind onder ruim 1.100 Nederlandse werknemers blijkt dat 43 procent betrokken wil worden bij beslissingen over de inzet van AI en bijbehorende tools.
Werknemers vinden dat keuzes over kunstmatige intelligentie niet uitsluitend door management of IT-afdelingen moeten worden genomen. De behoefte aan inspraak hangt samen met duidelijke zorgen over de impact van AI op het dagelijks werk.
Zorgen over kritisch denkvermogen en vaardigheden
Meer dan de helft van de werknemers (54%) noemt een afname van kritisch denkvermogen als grootste risico van AI-gebruik. Daarnaast maakt 38 procent zich zorgen over onvoldoende vaardigheden bij collega’s om AI verantwoord toe te passen.
Ook baanzekerheid speelt mee: 36 procent ziet AI als een reëel risico voor functies. Verder vrezen werknemers dat creativiteit onder druk komt te staan (32%) en dat intuïtie minder ruimte krijgt (26%).
Menselijke toetsing blijft essentieel
De roep om betrokkenheid gaat verder dan alleen inspraak. 44 procent van de werknemers vindt dat AI-beslissingen altijd door mensen moeten worden getoetst. Daarnaast wil 32 procent actief geïnformeerd worden over wet- en regelgeving, zoals de Europese AI Act.
Volgens Martien Merks, CEO van Fellowmind Nederland, draait de discussie uiteindelijk om eigenaarschap: “AI heeft steeds meer invloed op hoe werk wordt ingericht en beoordeeld. Medewerkers willen weten wie beslist, wie verantwoordelijk is en waar menselijke afwegingen blijven. Betrokkenheid is geen rem op innovatie, maar een voorwaarde voor een verantwoorde en effectieve inzet van AI.”
De uitkomsten onderstrepen dat succesvolle AI-implementatie niet alleen een technologische, maar vooral een organisatorische en culturele opgave is.




